Wordt laatste ingangsdatum van ‘Bedrag ineens’ gehaald?
Informatie over de toekomstige mogelijkheid om in één keer 10% van je pensioenkapitaal op te nemen, heb je al vaker voorbij zien komen in deze Nieuwsbrief Postactieven. Dit ‘bedrag ineens’ is meermaals uitgesteld. De laatst geplande ingangsdatum was 1 juli van dit jaar, maar deze is inmiddels verschoven naar 1 januari 2029. De wettekst die ten grondslag ligt aan het ‘bedrag ineens’ is er al sinds 2021 en het aanvankelijke doel was om de wet een jaar later in te voeren.
In een op 4 april gepubliceerd Telegraaf-artikel benadrukt Theo Gommer, advocaat bij Gommer & Partners Pensioen Advocaten én voorzitter van de Nederlandse Orde van PensioenDeskundigen, dat de kans zeer klein is dat de nieuwe ingangsdatum van 1 januari 2029 wordt gehaald.
Hiervoor noemt hij drie redenen. “Allereerst is er een fiscaaltechnische reden,” licht hij toe tegenover de Telegraaf. “De pensioenlumpsum, ofwel het bedrag ineens van 10 procent van je pensioenkapitaal, heeft natuurlijk gevolgen voor de belastingheffing en voor eventuele toeslagen. Dat eerste aspect is inmiddels deels getackeld. De lumpsum is bij opname in het jaar voorafgaand aan het jaar waarin iemand AOW krijgt toch pas belast in het eerste AOW-jaar.”
Progressief belast
Volgens Gommer zijn er dan geen AOW-premies verschuldigd. “Maar wel als het eerder wordt opgenomen én het is natuurlijk gewoon progressief belast,” zegt hij. “Ook heeft het gevolgen voor eventuele toeslagen. Onder andere uit angst dat mensen foute keuzes maken, wordt de wet steeds maar weer uitgesteld. De oplossing is dan natuurlijk om de lumpsum slechts te belasten met 10 of 20 procent en om deze buiten het eenmalige inkomen te houden voor de toeslagen. Nu de lumpsum níet wordt ingevoerd, houden mensen ook hun toeslagen.”
Bij invoering zonder effect blijft het recht op toeslagen dus gewoon gelijk, zo beklemtoont Gommer. “Wel zorgt het voor veel plezier voor de gebruikers. Zo levert het direct loonbelasting op. En als je ervan uitgaat dat het – grotendeels – wordt gespendeerd, is het ook goed voor de economie.”
Paternalisme
De tweede reden dat het bedrag ineens waarschijnlijk niet voor de laatstgenoemde ingangsdatum wordt ingevoerd, is volgens Gommer ‘paternalisme’. “Blijkbaar zijn er krachten die vinden dat een lumpsum niet de bedoeling kan zijn van pensioen en dat je ‘na veertig jaar hard werken’ niet zelf mag beslissen om die keuze te maken. Die krachten komen – denk ik dan maar – vooral van behoudende ambtenaren, van wie je eigenlijk zou verwachten dat zij juist progressief zijn. De geluiden zijn bijvoorbeeld ook afkomstig van de Autoriteit Financiële Markten. Die waarschuwt immers voor ‘alles’: of het nu de hypotheek is die moet zijn afgelost op de pensioendatum of het vermanende vingertje dat je bij een lumpsum van 10 procent dan ook minder pensioen krijgt. Maar dan zeg ik: waar bemoei je je mee? Het is toch míjn pensioengeld?”
Uitvoerders
Tot slot verwijst Gommer naar de uitvoerders van de lumpsum, die er volgens hem niet op zitten te wachten om zomaar 10 procent uit te keren. “Zij verdienen immers aan het beheer van pensioengeld en willen weinig administratieve lasten. Hoe meer ze hebben en houden, des te beter. Vooral ook voor de bonussen van de betrokken vermogensbeheerders. Maar ja, wiens geld is het nu? Ze heten toch ook niet voor niets uitvoerders.”
Ondanks alle goede bedoelingen en eerder aangereikte oplossingen, verwacht Gommer dat de lumpsum definitief niet zal doorgaan. “Ik voorspel dat ook 2029 niet wordt gehaald. Niet omdat het niet kan, maar omdat de geesten niet rijp zijn. Dat blijkt inmiddels. Al met al een ’trieste dag’ voor alle pensioenvernieuwingen. Sinds de Wet toekomst pensioenen liggen alle risico’s bij de deelnemers en je eigen kapitaal is bepalend. Maar verder kun je er nog niet zo heel veel mee.”