17 oktober 2016

Ook bij Frontex moet uitzendbescherming gelden

Werken in Frontex verband betekent maandenlang van huis zijn en bepaalde risico’s lopen. Daar weet Omar Boulachioukh over mee te praten. Hij zat drie maanden bij een BST op het Griekse Chios. Hij genoot echter niet van dezelfde uitzendbescherming als een ‘normale’ missie. De MARVER pleit voor uitzendbescherming voor marechaussees die in Frontex-verband optreden aan de randen van de EU.

Nederland ondersteunt bij de Europese grensbewaking vanwege de verhoogde instroom van vluchtelingen en migranten naar Europa. Een BST (Border Security Team) draagt op het Griekse eiland Chios bij aan het registratie- en screeningsproces. Het BST bestaat uit minimaal 40 personen met vooral personeel van de Marechaussee maar ook de Koninklijke Marine, Commando Diensten Centra, de Immigratie en Naturalisatiedienst (IND) en de Nationale Politie (Zeehavenpolitie). Schepen van de Marine brengen migratiestromen rond Italië in kaart en brengen vluchtelingen in veiligheid.

Frontex in de praktijk
BST screent, registreert, debrieft en identificeert vluchtelingen migranten die de gevaarlijke tocht over de Middellandse Zee hebben overleefd. Zij worden in de centrale opvanglocatie doorgelicht door een screener en een documentenexpert. Samen met een tolk kijken ze of de door de migrant ingevulde gegevens kloppen. Adjudant Omar Boulachioukh was screener bij de eerste lichting van BST. Een screener moet bepalen wat de nationaliteit is van een migrant. Kloppen de gegevens die ze overleggen en spreken ze de taal? Omar verbleef drie maanden in Frontex-verband op Chios, van 6 januari tot 11 april 2016. Dat verblijf is hem niet in de koude kleren gaan zitten. Allereerst waren er, zeker in het begin, veiligheidsrisico’s. “Toen onze lichting hier aankwam was er weinig bewaking. Wij liepen in burgerkleding rond, zonder wapens.” Daar was bewust voor gekozen zodat migranten met uniformangst niet zouden schrikken. “Maar je weet niet wie er voor je neus komt. Het kan ook een mensensmokkelaar zijn die wapens bij zich heeft. Als iemands identiteit niet bekend was, gingen we verder zoeken. Dan keken we in de telefoons van de mensen, en dan zagen we bijvoorbeeld dat iemand militair was geweest. Stel dat het een Syriër was zonder de juiste papieren en hij werd kwaad, wat dan? Zelf had ik niet het gevoel dat ik onveilig was, maar toch zat het me niet lekker.”

Heftige ervaringen
Daarnaast gebeurden er daadwerkelijk heftige dingen, zoals een ‘staking’ bij een nieuwe hotspot, een opvangkamp voor vluchtelingen. Mensen mogen niet buiten de hotspot komen vanwege onduidelijkheid tussen de EU en Turkije over opvang in de regio. Als migranten niet aan de eisen zouden voldoen, zouden ze worden teruggestuurd. “Omdat mensen niet wisten waar ze aan toe waren, werden ze agressief. Ze begonnen met grote keien te gooien. We konden toen ons werk niet meer doen omdat het te onveilig was.” Ook in emotioneel opzicht was het verblijf op Chios voor Omar een heftige ervaring. Hij heeft twee baby’s die tijdens de overtocht waren overleden, samen met de familie met islamitisch eerbetoon begraven. Daar had hij zelf het initiatief voor genomen, omdat er op dat gebied nog niets was geregeld. Met behulp van zijn BST-commandant en enkele personen van de afdeling UGV is het toch gelukt.”

Eén op, twee af
Het gebruikelijke uitzendpatroon van marechaussees is één periode op missie, twee perioden rust. Deze uitzendbescherming geldt echter niet voor marechaussees die in Frontex-verband naar het buitenland worden gezonden. Frontex en andere Europese (grensbewakings)activiteiten worden namelijk niet als missie aangemerkt. Dat inzet binnen de Europese Unie geen ‘normale’ missie is begrijpt de Marechausseevereniging op zich wel, maar als het aankomt op de uitzendbescherming is dat voor ons een heel ander verhaal. Die zou in die gevallen namelijk wel moeten gelden.

Frontex en NAVO-inzet
Voor de MARVER is het een slechte zaak dat voor deze inzet niet net als bij andere missies de uitzendbescherming van toepassing is. De marechaussees die hiervoor worden ingezet zijn net als tijdens een missie wel drie maanden van huis. En ook voor hen geldt dat er recuperatietijd nodig is voordat wordt overgegaan tot een volgende inzet. Ook Omar beschouwt, net als veel van zijn collega’s, zijn inzet in BST-verband voor Frontex als een missie. Buiten Frontex-verband wordt er ook door andere defensieonderdelen in de Egeïsche Zee gepatrouilleerd. Zo zet de NAVO de Standing NATO Maritime Group 2 (SNMG-2) in om mensensmokkelnetwerken in kaart te brengen. De inzet in de Egeïsche Zee valt volgens Minister van Defensie Hennis onder het bestaande takenpakket van de staande NAVO-vlootverbanden en wordt daarom door de NAVO aangemerkt als een activiteit. En dus niet als missie. De MARVER vindt dat er ook bij dergelijke ’activiteiten’ toch sprake moet zijn van (uitzend)bescherming. Voorzitter Ton de Zeeuw: “Het is niet voor niets een staand gebruik geworden dat marechaussees, nadat ze een langere periode in het buitenland actief zijn geweest, de tijd krijgen om te herstellen. Zo waarborg je, ook op lange termijn, de fysieke, mentale en sociale gezondheid van je medewerkers. Anders loop je het risico dat deze mensen of hun omgeving onnodig beschadigd raken.”

Meer over:
C&R
Veiligheidsdomein